Voetbalvereniging Dongen
Webmail

Terugblik met gepaste weemoed
woensdag 4 juli 2018 - 16:04

1

Ron Timmers en zijn verhaal bij VV Dongen

Door Frank van Heteren

Nog voor het einde van de competitie hadden Ron Timmers en ik de afspraak gemaakt om eens een keer terug te blikken op zijn tijd bij VV Dongen. Zoals dat altijd gaat verwaterde dat een beetje totdat ik een appje van de trainer kreeg met de vraag of we samen nog konden kijken om er een verhaal uit te persen. “Ja ik kan dat zelf wel doen, maar ik dacht zo bij mezelf: dat kan die van Heteren veel beter en die schrijft de dingen gelukkig eerlijk op.” Nou, dat compliment was voor mij ruim voldoende om op 12 juni richting Zwijndrecht te rijden om Ron in zijn eigen huis te gaan interviewen.

Gekleed in een pyjama opent de statige Rotterdammer de deur en begeleidt me naar zijn smaakvolle woonkamer. “Koffie?” Ron loopt in zijn pyjama omdat hij herstellende is van een kleine operatie. “Gaat alweer best goed hoor. Afgelopen zaterdag zelfs langs de kant gestaan bij de beslissingswedstrijd van Capelle, gewoon een paar pijnstillers erin en gaan!” Zijn nieuwe team had op dat moment verloren maar kreeg nog een kans in het weekend van 16 juni om in een direct duel met de amateurs van Ajax op het veld van Alphense Boys (Alphen a/d Rijn) zich te handhaven voor de 3e Divisie zaterdag. Helaas lukte dat niet en zal Ron zich volgend seizoen weer melden als trainer van een Hoofdklasser.

“Zullen we binnen of buiten zitten?” Het is niet echt warm, maar ik denk bij mezelf: “Dan kan ik nog een sigaretje roken.” Puur eigen belang.

Onder de prachtige patio neemt Ron plaats tegenover me en het gesprek komt op gang. Ik heb al vele malen met Ron mogen praten over voetbal en het is niet altijd even makkelijk om van hem een uitspraak te ontlokken. Als trainer bij VV Dongen bleef hij altijd politiek correct en wist op zijn eigen manier de boodschap via de pers naar buiten te brengen in de wetenschap dat zijn spelers dat ook zouden lezen. Een goede wedstrijd werd niet al te veel bejubeld en een slechte wedstrijd werd tot het bot geanalyseerd. Kritische vragen weet Ron met een zeer lang betoog te pareren zodat je als vragensteller eigenlijk al niet meer weet waar je naartoe wilde gaan. Maar hij kan als geen ander een doel nastreven en zal binnenskamers zijn problemen uitspreken.

“Ik ben gekomen in het seizoen 2013 – 2014. Het einde van het seizoen 2012-2013 had VV Dongen nog een puntje nodig in de laatste wedstrijd tegen Nuenen en na dat behaalde punt waren ze ruim veilig. Het jaar daarna onder mijn leiding werden we volgens mij 5e, maar we hadden wel een periode. We hadden alleen dit jaar geen periode, uiteindelijk wel 4e geworden maar verder heb je elk jaar een periode gewonnen. Het jaar dat we kampioen werden heb je die niet meer nodig.”

We zitten nog geen vijf minuten en alle prijzen passeren de revue. “Kampioenschap, periodetitels, twee keer de Provincie Brabant Cup en niet te vergeten de Fuengirola Cup, niet onbelangrijk om te vermelden Frankie.” Ik kan het niet laten om toch even te denken: “Jeetje, dat is wel veel voor zo’n relatief korte periode. Daar kan menig trainer een puntje aan zuigen.”

Ron laat op de vraag hoe hij zijn selecties heeft gezien het achterste van zijn tong zien: “Kwalitatief zijn we alleen maar slechter geworden op individuele kwaliteit. Dat is iets wat we wisten, want laten we eerlijk zijn; dat is ook wel het mooie en dat wil ik er graag uit zien komen, is dat je toch gegroeid bent naar een vier-eenheid. Met Ton (Jansens red.), Hans (Kuijsters red.), Peter (van Vugt red.) en mezelf. Want ja, je wist dat van wat er echt wegvalt er voor de eerste elf wel budget was om die aan te vullen, dus van een keeper naar een linksbuiten, maar we hebben ons nooit echt versterkt.” Ron doelt hiermee op het feit dat VV Dongen ondanks de beperkte middelen in de breedte nooit sterker is geworden.

Tijdens zijn debuut stonden Fatih Kamaci, Revy Rosalia, de aankomende Robert Mutzers en de teruggekeerde Stijn Biemans onder zijn leiding. “En dan kan je wel zeggen dat, buiten het Dongen groepje, er wel individuele kwaliteit aanwezig was.”  Ron schenkt nog een bakkie koffie in ik draai op mijn gemak een shaggie. We filosoferen rustig door en Ron zit duidelijk op zijn praatstoel. ’s Morgens had hij me op de app een aantal foto’s van bijzondere momenten gestuurd. “Wilde je me een bepaalde richting opduwen trainer?” vraag ik hem een beetje sarcastisch. “Nee hoor, maar ik wilde gewoon mijn geheugen wat opfrissen van wat er nu eigenlijk allemaal is gebeurd in die jaren.”

Dat zijn geheugen hem niet in de steek laat blijkt wel uit de voortzetting van zijn betoog over de individuele kwaliteitsvermindering van zijn groep: “Het tweede jaar ging Fatih weg, het derde jaar verliet Robert de club, de keeper (Timen Beijes red.) hield op. Daar kwam Jamil (Kools red.) voor in de plaats. Voor Robert kwam Jorik Mijnhijmer. Fatih hebben we niet kunnen vervangen, omdat hij buiten zijn extreme kwaliteit, we geen budget hadden om hem te vervangen. Buiten het feit dat hij vertrok in een periode dat dat niet meer kon. (de transferperiode voor amateurs was toen al lang en breed verstreken red.). Het ophouden van Revy hebben we opgevangen met Giovanni Henskens. Mitchell van der Stappen is tegelijk met mij begonnen maar was toen een speler van Kozakken Boys 2 en kwam in mijn tweede jaar pas in het elftal.” Ron zucht: “Nee, we hebben het puur moeten doen met elkaar, met dat wat we hadden en elk jaar het grensje verleggen en hopen van: zit er nog rek in?”

Bij mij komt direct de vraag naar boven hoe het hem dan toch is gelukt om die gasten te motiveren en gemotiveerd te houden? Ik stel deze vraag omdat ik als aanhanger en supporter de meesten beter heb zien worden. Ron kijkt me bedenkelijk aan: “Ja als ik dat zou weten zou ik dat bij elke club proberen, maar ik denk dat het ‘het plezier’ is wat je met elkaar hebt. Ik bedoel, we moeten eerlijk zijn. Ik heb wel een aantal clubjes gehad maar ik heb, niet liegen, drie jaar ergens gezeten. Dat was het langste.” Ik onderbreek hem: “ASWH?”. Hij lacht: “Nee, ASWH twee jaar want ik werd geen kampioen hé!!” Hij gaat verder: “Nieuwerkerk drie jaar, Rijsoord drie jaar, maar je moet niet vergeten dat daar de selecties snel wisselden en dan kan je wel langer blijven dan had je toch geen kans om iets op te bouwen. Dus bij die clubs zou vijf jaar wel heel lang zijn geweest.”

Ik kan het niet laten om hem te vragen of hij niet een jaar te lang bij VV Dongen is gebleven. Ik stel die vraag met de wetenschap van nu dus ik vul aan; “Achteraf dan?” Ron denkt erg lang na en twijfelt een beetje in zijn antwoord: “Mwahhh, nee uh, ik denk dat als het besluit (i.p.v. in november red.) in mei genomen had moeten worden, dat ik misschien wel gestopt was. Toen had ik wel van: derde plaats in het eerste jaar 3e Divisie, nacompetitie voor de 2e Divisie tegen FC Lisse. Dan kan je wel de conclusie trekken: Dat gaan wij als club nooit meer……” Hij stopt even en ik maak het af: “Meemaken?” Ron weet niet zo goed of hij hierop in moet gaan en zegt: “Nee, zeker als je dan weet dat ik in de gesprekken, die ik met Ton en Hans vaak heb gehad, gezamenlijk concludeerden dat het spel wel een vooruitgang heeft geboekt, maar dat het bijvoorbeeld op sponsering is achtergebleven, waardoor je dus ook minder ruimte hebt om de goede spelers aan te trekken. En pas op hé, want ook al zou je dat geld wel hebben wil het niet zeggen dat je daardoor meteen bovenin meedraait. En, ook niet onbelangrijk: Je moet het als club ook willen.”

Zoals gezegd hangt bij Ron alles af van plezier en de juiste drijfveer: “Ja en daar zit ook een bepaalde rek in. Vorig seizoen kreeg ik ook te horen dat er niet veel bijkwam en toch hebben we met zijn allen een 4e plaats gehaald.” Met een zekere mate van trots hoor ik hem praten over zijn periode. Naarmate het gesprek vordert proberen we het verschil te duiden tussen het niveau in het zaterdag- en zondagvoetbal. “Ja, ik denk dat het zondagvoetbal zich een beetje ondergeschoven voelt t.o.v. het kapitaalkrachtige zaterdagvoetbal, maar ik zit nu op de zaterdag erbij en ik zie niet veel betere ploegen dan aan de andere kant. Kijk maar naar JVC Cuijk die gewoon meedeed en van FC Lisse won in de nacompetitie. Kortom, ik denk dat het zich allemaal niet veel ontloopt. De ene is gebaseerd op kwaliteiten en de ander op teamgebeuren. “

Samen komen we derhalve tot de conclusie dat de behaalde 4e plaats een topprestatie is: “Je zit wel bij de beste 25 amateurploegen van Nederland. Dat is iets wat ik na elke voorbereiding jankend aan denk, want teamgebeuren is wel ons spelletje. Wij moeten het hebben van power, kracht, conditie. En dan zie je als dat even niet aanwezig is dat je heel kwetsbaar bent.” Breed lachend benoemt hij een aantal wedstrijden en toernooien die VV Dongen in de voorbereiding speelde: “Daar gaat het niet om het eggie en dan val je heel ver terug!” Aan de andere kant gaf VV Dongen wel thuis als het erom ging: “Kijk maar afgelopen seizoen tegen DOVO (5-2 winst red.). Die dachten wel even te winnen en waren al met de volgende ronde bezig. Niet onterecht, want we hadden nog niets laten zien. Sommigen van ons kwamen rechtstreeks van het strand afgelopen, hahahaha!”

Ik voel dat ik wat brutaler word in het gesprek en durf Ron te confronteren met een paar uitspraken die hij mij wel eens in het verleden deed:

“3e Divisie is een andere Piece of Cake en ik ben benieuwd wie zich hierin gaat handhaven en wie er door het ijs gaat zakken?”

Deze uitspraak deed Ron in 2016 aan het begin van het eerste seizoen in de 3e Divisie. “Wie zijn er beter geworden Ron?” Hij voelt hem aankomen en begint met een politiek antwoord: “Nou ja kijk, je hebt verschillende manieren om te groeien, het mentale gedeelte is daarbij heel belangrijk. Het fysieke aspect ook, maar die is trainbaar.”  Ik wil namen horen, maar Ron blijft politiek correct: “Nou ja vooruit. Als je kijkt naar Mitchel van der Stappen dan zag je een modale voetballer. Als je hem nu ziet dan zie je iemand staan. Hij is nu een topamateur centrale verdediger! Ondanks het feit dat ik hem nog wel eens wat houterig zie bewegen als gevolg van zijn langdurige blessure, maar hij is wel een voorbeeld van iemand die absoluut is gegroeid.” Meer krijg ik er niet uit, maar persoonlijk vind ik de ontwikkeling van Dan Poelmans model staan voor de groei die Ron Timmers heeft weten te bewerkstelligen in zijn periode. Geconfronteerd met die constatering krijg ik van Ron een klein knikje ter bevestiging van mijn observatie. Pfff…kom ik even weg!

Ron is inmiddels 54 jaar en ik vraag hem hoe zijn leven er over 10 jaar uit zal zien: “Blijf je nog zo lang trainer, wat is je ambitie? “ Ron zegt dat hij het niet weet en daarna een beetje laconiek: “Kijk waar moet ik me nog druk om maken op deze leeftijd. Ik heb een contract met Capelle en dan kan je het hebben over afbreukrisico. Tja, als ze je willen hebben dan moeten ze je nemen en anders maar niet. Ik heb ook gezegd dat ik altijd meer dan mijn best doe en dat ik probeer om mensen beter te maken, de groep beter te maken, te presteren en dan weet je het nog niet. Wat bij de ene wel lukt hoeft bij de andere niet te lukken.” Ron komt bij Capelle terug in zijn natuurlijke habitat.

De Brabantse mentaliteit was vijf jaar geleden voor hem een totaal onbekende: “Maar goed, na vijf jaar leer je wel mensen kennen. Neem Hans (Kuijsters red. ), die moet je leren kennen en dan moet je eerlijk zijn en zeggen dat er geen betere leider op deze wereld bestaat als Hans. Als er nu wat gebeurt heb ik hem binnen één minuut aan de lijn. En er zijn ook dingen waarvan hij vindt die ik niet hoor te weten en dan hoor ik het gewoon nooit. Dus ondanks dat we heel close zijn is hij ook heel close met de spelers en hij zal die vertrouwensband nooit beschadigen. Dat is een leider, een goeie leider.”

“Hetzelfde geldt voor Ton (Jansens red. ). Een gozer met zo’n hart (groot gebaar red.) voor de club, die nooit hele gekke dingen zal doen, die me van dag één heeft duidelijk gemaakt van: Ron dit is geen club die met grote zakken geld rondloopt. Daar conformeer ik me aan. Ton die me binnenhaalde met de wens en het verhaal dat de selectie dat laatste stapje moest maken. Toen heb ik tegen hem gezegd dat hij niet van mij moet verwachten dat ik na vijf overwinningen op rij in de polonaise ga en dat hij ook niet van mij moet verwachten dat ik aan deze tafel kom zitten als we er vijf verloren hebben. Dus ik heb altijd de vrije hand gehad van de club, en dan bedoel ik (met alle respect naar alle andere bestuursleden) Ton, want hij doet de technische kant van het verhaal. Daardoor heb ik altijd mijn dingetje kunnen doen zoals ik dat wilde. En daar ben ik ze natuurlijk eeuwig dankbaar voor!” Direct op deze dankbetuiging relativeert Ron: “En zo kunnen we elkaar dankbaar zijn, want juist door die vier-eenheid hebben we de successen tot stand weten te brengen.”

Ik probeer Ron nog wat meer te ontlokken door de vraag te stellen wat voor VV Dongen de grootste uitdaging is. De bedeesdheid in zijn stem spreekt boekdelen: “Wat me het meeste opvalt en dat heeft mede te maken door dat hele verhuisverhaal natuurlijk, is dat een heel klein groepje binnen de club een hele hoop op hun schouders heeft gehad en daarin moeten ze wel meedoen met de grote jongens. Maar we zijn wel een dorpscluppie. En dan gaat het over budgetten bij de grote jongens en ik denk dat het daar vooral bij VV Dongen is blijven hangen. Heel veel mensen met een grote last op de schouders en misschien ook wel omdat ze dat zelf willen. Slechts een constatering en ik zou ook niet weten wie dat zomaar even over moet nemen.” Ron loopt weg en schenkt een volgend kopje koffie in. Het is ook pas half twee en ik moet nog terugrijden, toch?

Toch komt Ron erop terug, want in mijn constatering dat het voor een VV Dongen-lid intimiderend zou zijn om in een hecht vrijwilligers gebeuren in te breken en dat de status van een club alleen maar op de prestatie van het eerste afgemeten kan worden zegt hij gedecideerd: “Je kan van alles vinden, maar voor de buitenwacht is het de prestatie van het eerste die ertoe doet, ondanks de 900 of 1000 leden. Toen ik bekend maakte dat ik bij VV Dongen had getekend zei iedereen: Wat ga je daar in alle jezusnaam toch doen? Terwijl als ik nu waar ik in het land ook ben en zeg ‘Dongen’ dan hoor ik: Zo, dat is een goed elftal! Dat zegt al genoeg, denk ik.” En verder: “Ik zeg altijd: Dongen heeft geen top-elftal, maar is wel een topclub in het land!”

Dat de prestaties uiteindelijk niet hebben gewerkt tot een bepaalde marktwerking blijft voor de ras-verkoper Timmers een teleurstelling: “Ondanks alles heeft het er niet toe geleid dat er Coca-Cola of Tesla op het shirt van VV Dongen heeft gestaan. Technisch is de stap wel gezet maar op het front van sponsering is er in mijn gevoel iets blijven liggen, maar dat kan ik niemand verwijten, het is slechts een constatering. We hadden er meer uit kunnen halen naar mijn mening. “

“Wat ik wel weet is dat VV Dongen een goede trainer heeft gehaald. Eentje die in het verleden heeft bewezen dat hij met de opdracht die o.a. VV Dongen stelt om kan gaan” Ik poneer de bewering dat Ruud Kaiser misschien wel de juiste opvolger is qua mentaliteit. “Ik had een gesprek met Ruud tijdens de competitie en hij vertelde me dat ze bij JVC Cuijk VV Dongen als voorbeeld hadden genomen voor het plan van de toekomst. Dus wat dat betreft weet hij waar hij in terecht komt buiten het feit dat het voetbal bij VV Dongen wellicht meer leeft dan bij JVC Cuijk. En aan de andere kant moet hij ook maar mazzel hebben bij de eventuele golf van talent die hij in kan passen of niet.  In ieder geval was het bij mij opgedroogd of was de klik er niet, maar dat kan bij Ruud zomaar heel anders zijn. Op dit moment weet ik ook niet meer wie of wat er over komt. Zo hoort dat ook dus we zullen wel zien. Jongens die er naar mijn mening er te weinig voor deden krijgt hij hopelijk wel aan het voetballen.”

En dan net voordat ik denk dat het wel genoeg geweest is vraag ik hem: “Ga je nu met weemoed weg of klaar is klaar, want ik weet dat je niet zo emotioneel bent?” Er verschijnt een kleine glimlach en ik zie een beetje onzekerheid: “Het zal ergens in het midden zitten... weemoed, nou ja… Ik ben trots op wat er neergezet is en, nou ja, …supertrots op het cluppie, trots over de groep die dingen doet binnen de club, …. Het groepje wat altijd meeliep, die overal waren of het nou in Groningen, in Oldenzaal, Haaksbergen of Oostzaan was, ze waren er! En die hele groep die tijdens de thuiswedstrijden er een hele aparte club van maakte, waardoor zelfs de tegenstanders een uur langer bleef dan normaal. Ik denk dat dat genoeg zegt hoe VV Dongen leeft en echt op de kaart staat, als dorp maar ook als club. Waar het heel gezellig toeven is en waar je 90 minuten getrakteerd wordt op aanvallend voetbal. En wordt er verloren dan is de tegenstander nog steeds welkom in een hele gezellige kantine en word je als tegenstander normaal bejegend. Gelukkig zijn er dat niet zoveel geweest…hahahaha!

Weemoed! Dat woord blijft hangen terwijl ik terugrijd naar Brabant, want ook al weet ik dat aan elke periode binnen het voetbal een einde komt en afscheid moet worden genomen, denk ik terug aan de tijd met Ron Timmers. De ondoorgrondelijke Rotterdammer die bijna nooit het achterste van zijn tong laat zien. Toch fijn dat ik hem zo heb mogen spreken. Nu nog even opschrijven……….